
Wat moet ik nu?
Taalzwakke autochtone én allochtone leerlingen hebben een kleine woordenschat. Hun tekort wordt goed merkbaar
als zij in de schoolbanken plaatsnemen. Het volgen van de les, het maken van schriftelijke, maar ook mondelinge
opdrachten en het lezen van schoolboekteksten, kortom alle schoolse taalvaardigheden, leveren grote problemen op.
Van groot belang zijn de algemene schooltaalwoorden, hiermee komt de leerling binnen alle schoolvakken in aanraking.
Dit is de groep die in het programma 'Wat moet ik nu?' aan de orde komt. En het is de groep woorden die niet
goed bekend is bij veel taalzwakke leerlingen.
Een groot voordeel van dit programma is dat de leerling er zelfstandig mee kan werken. De uitleg zit volledig in
het programma verwerkt.
'Wat moet ik nu?' is in te zetten als vast onderdeel van de lessen Nederlands of als
RT-onderdeel in tal van schooltypen.
|